Testpagina
In het mooie Spijkenisse……….Her en der tussen de vele nieuwbouw is nog een glimp op te vangen van het vroegere dorp. De Dorpskerk en stellingmolen zijn herinneringen aan de voornamelijk agrarische gemeenschap die Spijkenisse eeuwenlang herbergde. Naast landbouw en veeteelt leverden de grienden een flinke werkgelegenheid op. De takken van wilgen werden verwerkt tot allerhande producten, onder andere de hoepen, de hoepels die de planken van houten tonnen samenhield. Spijkenisse was gunstig gelegen, eerst kwam de Spijkenisserbrug voor de tramlijn, vervolgens de Groene Kruisweg voor het toenemend autoverkeer. Toen na de Tweede Wereldoorlog de Rotterdamse haven begon uit te breiden, groeide Spijkenisse uit tot woonstad.
Dialect video’s
’t Verreke prizze
Oud slager Bram van der Waal uit Rockanje vertelt over zijn vak en het thuis slachten bij boeren en particulieren zoals dat vroeger gebeurde. Dan kwamen ook de buren het geslachte varken “prizze” en kregen een stukje mee.
Rekajjes
Bram van der Waal vertelt over het verdwijnen van het Rekajjes dialect en het verhuren van tuinschuurtjes en kamers aan badgasten en vakantiegangers.
Dr ut gesloge
Kees Dekker uit Tinte vertelt dat zijn Rekajjes dialect er op school in Oostvoorne ut gesloge werd.
Tunne op Stufakkers
Jaap Groeneveld, Wim en Pietje Pothof vertellen over de vrijwel verdwenen tuinderijtjes in Stuifakkers tussen Rockanje en Oostvoorne.
Badgaste houwe
Jaar Groeneveld, Wim en Pietje Pothof vertellen over de vrijwel verdwenen badgastencultuur in Rockanje waarbij een groot deel van de inwoners ‘s-zomers bijverdiende door vakantiegangers in eigen huis of een huisje in de tuin te te laten verblijven.
Snoeken strikken
Drie inwoners van Rockanje vertellen over het strikken van snoeken in de polders. Op het strand was het niks met de vis.
Interviews + films
Klaas van Hamburg
Het volledige interview (46 minuten) uit 1980 door oud Spijkenisser Stadshistoricus Jan de Baan met Klaas van Hamburg (geb. 1899) en zijn vrouw Geertje van der Jagt. Klaas woonde naast de betonfabriek aan de Oostkade in het centrum van Spijkenisse. Hij vertelt over het leven rond de haven en oud Spijkenisse en uitgebreid over de hoepmakerij (wilgen hoepels voor o.a. haringkuipen), de zalmvisserij en de komst van elektrisch licht. Delen uit dit volledige interview zijn “geknipt” en ook ondergebracht onder “korte verhalen”. De nagelaten werken van Jan de Baan zijn ondergebracht in het Streekarchief Voorne-Putten.